Cocaïne verslaving
Cocaïne
is een middel dat wordt geëxtraheerd uit de bladeren van de cocaplant. Cocaïne stimuleert het centrale zenuwstelsel en onderdrukt het hongergevoel. In juridische zin is het een harddrug. Andere benamingen in straattaal zijn ook wel coke, sos of wit.
Cocaïne wordt gerookt (basen), gespoten en gesnoven. Het geeft je een gelukkig en energiek gevoel. Je hebt echter steeds meer nodig voor hetzelfde effect. Crack is met ammonium opgeschoonde cocaïne. Vooral Crack en base-cocaïne zijn zeer verslavend omdat de kick zo kort en hevig is. Cocaïne wordt veel gebruikt in combinatie met alcohol. Cocaïne verslaving onderdrukt de effecten van het alcoholgebruik. Ook stimuleert het seksuele gevoelens. Een dag na gebruik ben je gesloopt en depressief.
Flash-effect
Cocaïne is binnen een kwartier tot een half uur weer uitgewerkt en er ontstaat een sterke drang naar herhaling van het flash-effect. De roes kan maximaal een uur duren. Cocaïne leidt niet tot een lichamelijke afhankelijkheid, maar de geestelijke verslaving van met name basecoke is sterk. Cocaïne kan ook -opgelost in water- gespoten worden. Dit geeft een sterke maar korte flash, en het risico van overdosering is hierbij groot. De geestelijke verslaving bij het snuiven van cocaïne is minder sterk.
Cocaïne wordt tegenwoordig behalve op party’s ook op kantoren en onder schoolgaande jongeren gebruikt. Cocaïne wordt ook gebruikt door mensen die een grote prestatie moeten leveren en is een vrij dure drug ('yuppendrug').
« vorige pagina |